Kamperen in Italie badmutsen espresso en slapen onder de olijfbomen - 30pluskids
Corine Voesenek
13 januari 2026

Kamperen in Italië: badmutsen, espresso en slapen onder de olijfbomen

Er is weinig dat kan tippen aan het Italiaanse campinggevoel. ’s Ochtends rits je de tent open, de zon schijnt al fel in je gezicht en je ruikt de geur van dennenbomen en verse espresso. Of je nu met je eigen caravan naar het zuiden tuft of een luxe stacaravan huurt; het buitenleven is hier fantastisch. Het weer is stabiel, het eten is zelfs op de campingwinkel van topniveau en de sfeer is relaxed. Toch is kamperen in de laars wel even andere koek dan in Frankrijk of aan de Duitse Moezel. De Italianen hebben zo hun eigen regels en gewoontes. Als je die kent, voorkom je gedoe bij de slagboom en begint je vakantie pas echt goed.

Durf door te rijden

De meeste Nederlanders trappen op de rem bij het Gardameer of blijven hangen in de heuvels van Toscane. Prachtig, maar in het hoogseizoen sta je daar wel hutjemutje. Als je het avontuur zoekt, rijd dan eens door naar de hak van de laars. Een regio als Puglia is een verademing voor kampeerders. Het is er ruiger, puurder en de campings liggen vaak pal aan een azuurblauwe zee. Je staat hier niet tussen duizenden landgenoten, maar tussen Italianen die zelf vakantie vieren. Dat betekent meer handgebaren, latere diners en een sfeer die veel authentieker aanvoelt.

Cultuur snuiven op slippers

Het fijne van kamperen in Italië is dat je natuur en stad moeiteloos combineert. Je hoeft echt niet de hele dag voor je tent te hangen. De campings zijn perfecte uitvalsbases voor dagtripjes. Ben je in het zuiden, ga dan zeker een dagje naar Lecce. Deze stad is zo mooi dat het bijna pijn doet aan je ogen; overal zie je gouden gebouwen en barokke krullen. Het is heerlijk om daar rond te dwalen en daarna weer terug te keren naar de rust van de krekels op de camping. Ga wel vroeg in de ochtend of pas laat in de middag, want midden op de dag smelt je weg in de stad.

Kamperen bij de boer

Vind je die gigantische vakantiedorpen met animatieteams en waterglijbanen verschrikkelijk? Zoek dan eens naar een agricampeggio. Dit is kamperen bij de boer, vaak op een kleinschalig terrein midden tussen de wijngaarden of citroenbomen. Verwacht hier geen luxe sanitairgebouwen met muziek, maar wel rust, ruimte en gastvrijheid. Vaak mag je ‘s avonds aanschuiven voor een diner met producten die rechtstreeks van het land komen. Het is de ultieme manier om te onthaasten en het echte Italiaanse landleven te proeven.

De badmuts-discussie

Dan even een praktisch puntje waar veel Nederlanders van gruwelen: het zwembad. Op heel veel Italiaanse campings is een badmuts nog steeds verplicht. Het ziet er niet uit, het zit niet lekker, maar discussiëren heeft geen zin. Zonder muts kom je er niet in, punt uit. Koop er dus eentje voor vertrek of bij de receptie en zet je ijdelheid opzij. Let ook op je zwembroek: in sommige baden zijn die wijde boxershorts voor mannen verboden en moet je een strakke zwembroek aan. Check dit even vooraf, dat scheelt een hoop gedoe aan de badrand.

Het hek gaat dicht

In Italië is de middagrust, de siësta, heilig. En dat nemen ze op de camping heel serieus. Tussen één en vier uur ‘s middags (tijden verschillen per camping) gaat de slagboom dicht en mag er geen auto het terrein op of af. Wil je boodschappen doen of een uitje maken? Zorg dat je voor die tijd weg bent of je auto buiten de poort hebt gezet. Het is ook de bedoeling dat het stil is op het terrein. Zie het niet als een beperking, maar doe lekker mee. Lees een boek in de schaduw, doe een dutje en laad op voor een lange, gezellige avond.