Het is voor veel baasjes de ultieme droom: samen met de hond op vakantie. Geen verdrietige ogen als je hem naar het pension brengt, maar gezellig samen wandelen in de bergen of rennen op het strand. Het klinkt fantastisch, en dat is het vaak ook. Het vraagt wel om een strakke planning. Je gooit niet zomaar even een tas in de achterbak om weg te rijden. Een reis met een dier betekent dat je aan duizend dingen moet denken. Van inentingen tot lokale regels en veiligheid onderweg. Met een goede voorbereiding voorkom je dat je bij de grens staat te stressen en begint je vakantie pas echt goed.
Binnen Europa is een officieel Europees dierenpaspoort verplicht. Kijk thuis alvast of de chipregistratie nog klopt met je huidige 06-nummer, voor het geval hij onverhoopt de benen neemt. Elk land heeft bovendien zijn eigen eisen. In sommige landen zijn bepaalde rassen helaas niet welkom of moet je verplicht een muilkorf bij je hebben. Zoek dit goed uit, want in Frankrijk of Denemarken gelden bijvoorbeeld strenge regels voor honden die lijken op een pitbull of andere krachtige rassen. Check dit weken voor vertrek, zodat je niet voor nare verrassingen komt te staan bij een controle.
Ga je de grens over, dan is een geldige rabiësvaccinatie (tegen hondsdolheid) altijd verplicht. Deze moet je minimaal 21 dagen voor vertrek halen, dus wacht niet tot het laatste moment. Ga je naar het zonnige zuiden? Dan liggen er andere gevaren op de loer dan hier, zoals hartworm of zandvliegen. Zeker een actieve hond zoals een border collie die graag door hoog gras struint, loopt in het buitenland extra risico op tekenziektes. Vraag je dierenarts om een goed middel dat specifiek beschermt tegen deze buitenlandse parasieten en stel meteen even een kleine EHBO-doos samen voor onderweg.
De reis zelf is al een heel avontuur. Zorg dat je hond veilig vastzit met een speciale autogordel of in een stevige reisbench. Loslopen in de auto is levensgevaarlijk; bij een noodstop verandert je hond in een projectiel. Stop elke twee uur om even de poten te strekken en vers water te geven. De gouden regel die je nooit mag vergeten: laat je hond nooit alleen in de auto, zelfs niet voor vijf minuten. De temperatuur loopt binnen enkele minuten dodelijk hoog op. Gebruik zonneschermen voor de ramen en zet de airco niet ijskoud om verkoudheid te voorkomen.
Honden hebben vaak gevoelige darmen die direct reageren op spanning en ander eten. Neem daarom genoeg van zijn eigen vertrouwde voer mee voor de hele trip. Plotseling wisselen van merk in een vreemd land zorgt vaak voor diarree, en dat is wel het laatste wat je wilt op de camping. Neem ook zijn eigen mand of kleedje mee. Die geur van thuis helpt enorm om sneller te wennen aan de vreemde hotelkamer of tent. Een lange lijn met een grondpen is ook ideaal, zodat hij lekker buiten kan liggen zonder weg te lopen.
Eenmaal aangekomen wil je natuurlijk van alles doen, maar geef je hond even de tijd om te acclimatiseren. De reis en de nieuwe geuren zijn vermoeiend. Op de camping of in een vakantiepark is het belangrijk om rekening te houden met je buren. Ruim ongelukjes direct op en zorg dat hij niet continu blaft. Is het erg warm? Plan je actieve wandelingen dan vroeg in de ochtend of laat op de avond. Overdag doe je lekker rustig aan in de schaduw.